Inhoudelijke artikelen op AHA 24×7 en LinkedIn

Artikel 1:

Wie behoorlijk Duits spreekt, heeft in het zakenleven een streepje voor

Bij het zakendoen met Duitse partners is het belangrijk dat de communicatie tussen de Nederlandse en Duitse partners goed verloopt. Loopt deze communicatie nogal stroef door cultuurverschillen, misverstanden, begripsverwarring, onvoldoende kennis of handigheid in het gebruik van de Duitse taal, dan is het hoog tijd om de kennis van het zakelijke Duits bij te spijkeren. Want wie behoorlijk Duits spreekt, heeft in het zakenleven een streepje voor.

Natuurlijk beheersen ook veel Duitsers vandaag de dag een aardig woordje Engels. Maar als het echt de diepte in gaat, slaakt menig Duitse zakenpartner een zucht van verlichting wanneer blijkt dat de Nederlandse zakenpartner ook in het Duits kan communiceren. Met Duits op een hoger niveau verbeteren Nederlandse ondernemers hun relaties met Duitse zakenpartners en dat levert uiteindelijk meer op.

Om die reden heeft de Business Alliance Nederland Duitsland samen met drie partners – De Jong & Laan in Elst en Hoogeveen, Bavelaar & Bavelaar Advocaten in Amsterdam en mediamixx (cross border communicatiebureau) in Kleve – een cursus ‘Zakelijk Duits’ ontwikkeld.

De cursus ‘Zakelijk Duits’ start in september 2017 en bestaat uit vijf dagdelen van 3,5 uur. De cursus start met een kick-off sessie, waarin aandacht wordt besteed aan de verschillen tussen de Duitse en Nederlandse zakencultuur en de wijze waarop effectiever gecommuniceerd kan worden met Duitse zakenpartners. Hierna volgen vier sessies die gericht zijn op het verbeteren van de gespreksvaardigheden en het gebruik van de Duitse taal.

Tijdens de cursus komen de volgende aandachtspunten aan de orde:
– Woordenschat uitbreiden
– Grammatica bijspijkeren
– Uitspraak oefenen
– Duitse terminologie
– Gesprekken in het Duits voeren
– Telefoneren in het Duits
– Praten over cultuurverschillen en andere ervaringen
– Duitse films, nieuws- of televisieprogramma’s bekijken en bespreken

De cursus vindt plaats op drie locaties en wel in Elst (Gld.), Hoogeveen en Amsterdam. De bijeenkomsten duren telkens van 13.30 tot 17.00 uur.

Meer informatie over de data, kosten, inhoud of aanmelding is te vinden op www.business-alliance.nl of telefonisch via 024 -350 07 59.

Artikel 2: Duitsers hebben last van een ‘Akürzungsfimmel’

Ieder land heeft niet alleen een eigen cultuur, maar ook eigen afkortingen. Menig Nederlander heeft zich tijdens het lezen van een Duitse tekst vast al eens verbaasd over de afkorting ‘bzw.’ of over een Duits bord met de tekst ‘Hier gilt die StVO’. Ook zal niet iedere Nederlander begrijpend knikken als een Duitser vraagt: “Sind Sie mit dem PKW gekommen?”

Het Duitse antwoord op die laatste vraag zou kunnen zijn: “Nein, mit dem ÖPNV”. Tsja, er zijn ongetwijfeld Nederlanders die alle afkortingen kennen, maar voor diegenen die het niet weten: de afkorting bzw. betekent beziehungsweise (respectievelijk) en de afkorting ‘StVO’ kun je tegenkomen wanneer je bijvoorbeeld een vakantiepark of een camping oprijdt. StVO staat voor Straßenverkehrsordnung, wat betekent dat hier de reguliere verkeersregels gelden. PKW betekent Personenkraftwagen, oftewel personenauto en wordt meestal gebruikt als tegenstelling ten opzichte van LKW (Lastkraftwagen, vrachtwagen). Overigens is onze afkorting voor ÖPNV nog korter, namelijk OV (openbaar vervoer).

Zo zaten mijn vrouw en ik onlangs in een gezellige traditionele Kneipe op de Lüneburger Heide. Zoals zo vaak bestellen we dan een lokaal biertje om eens te proeven. Meestal is dat een groot succes en kan ik het iedere bierliefhebber aanbevelen. Dit keer was de Lüneburger Pils aan de beurt. De Kellnerin bracht het bier en vroeg “Haben Sie zwei Lüpi bestellt?”. Wij zullen wel wat vreemd gekeken hebben, ondanks onze inmiddels 30 jaar lange ervaring met de Duitse taal en Duitsland. Ze voegde er snel aan toe: “Ach, ich meine zwei Lüneburger Pils. Sie wissen ja, die Deutschen haben einen Aküfi, einen Abkürzungsfimmel.”

Artikel 3: Duitsers hebben toch geen humor?

Een bekend raadsel draait om de volgende vraag: ken je de 2 dunste boeken ter wereld? Nee? Nou dat zijn de boeken ‘Italiaanse oorlogshelden’ en ‘Duitse humor’. Ik wil graag wat dieper ingaan op dat laatste boekje. Inmiddels heb ik 30 jaar ervaring met Duits en Duitsland en in de tijd heb ik Nederlanders inderdaad vaak horen zeggen dat Duitsers geen humor hebben. Het ging dan vaak om mensen die nog nooit een Duitser van dichtbij hadden gezien of om zakenmensen.

Er is een goede verklaring aan te dragen waarom zelfs bij de groep Nederlandse zakenmensen deze mening gangbaar is. Volgens mij heeft het te maken met het feit dat ieder volk inderdaad een eigen gevoel voor humor heeft. In Duitsland maakt men bijvoorbeeld veel meer woordgrappen en is het cabaret vlijmscherp en vaak politiek van aard. Wanneer je dan de taal en de context niet helemaal begrijpt, mis je al snel de pointe.

Maar de zogenaamde ‘springende Punkt’ is het cultuurverschil tussen Nederland en Duitsland wat de scheiding betreft tussen privé en zakelijk. In Nederland is dit verschil niet zo heel erg groot en ben je op het werk en thuis gewoon Karel. Humor hoort er vaak bij onder het motto: “Het moet wel gezellig blijven!”

In Duitsland ben je thuis Karl en op je werk ben je ‘Geschäftsführer’, ‘Abteilungsleiter’ en in veel gevallen ‘Herr Müller’. Men vervult meer ‘officiële’ rollen. Vervolgens komt een Nederlander voor een zakelijke afspraak langs bij een bedrijf in Duitsland. Nu zijn de meeste Duitsers al heel serieus bezig met hun werk en dan komt er nog een zakelijke relatie op bezoek, in principe een vreemde dus. Dan gaat men zich nog professioneler gedragen en dan is er in de meeste gevallen al helemaal geen plek meer voor grappen en grollen.

Mijn advies in deze zou zijn dat je Duitse vrienden en kennissen gaat opdoen. Op die manier kun je de Duitse cultuur van binnenuit leren kennen en zul je merken dat je ook met de Oosterburen kunt schuddebuiken van het lachen. Wat ik zelf bijvoorbeeld enorm geestig vond, is de manier waarop veel Duitsers met het ‘Abgasskandal’ bij Volkswagen omgingen. In eerste instantie schaamde men zich kapot of stond met de mond vol tanden. Daarna kwam de humor rondom de twee egeltjes met gasmaskers op die elkaar waarschuwen dat er een Volkswagen nadert of de mop: Kleine Heinz zit in de klas en de juffrouw vraagt iedereen wat zijn ouders voor werk doet. De een is rechter, de ander directrice en zo gaat het maar door. Dan vraagt juffrouw aan Heinz “En wat doet jouw vader?” Nou antwoordt Heinz: “Hij is paaldanser in een homobar”. Iedereen staat paf en gelukkig gaat net de bel voor de pauze. Wanneer iedereen weg is vraagt juffrouw aan Heinz: “Maar dat klopt toch helemaal niet van jouw vader?” “Nee”, zegt Heinz, “maar ik durfde niet te zeggen dat hij manager is bij Volkswagen”.

Dus wil je Duitsland en de Duitse cultuur beter leren begrijpen dan kan het van voordeel zijn om je zowel zakelijk als privé onder de oosterburen te begeven.

Artikel 4: Goede kennis van de Duitse taal loont in het zakenleven

Steeds meer Duitsers kunnen Engels verstaan en spreken, maar deze verworvenheid is niet zo vanzelfsprekend als in het Nederlandse zakenleven. Menig Duitser slaakt een zucht van verlichting wanneer blijkt dat zijn Nederlandse gesprekspartner redelijk Duits spreekt. Ook wanneer dat Duits te wensen overlaat, geeft de Duitse zakenpartner graag een compliment (“Sie sprechen so gut Deutsch”), omdat zijn Engels vaak nog slechter is.

Hoe komt het dat Duitsers minder goed Engels spreken, terwijl het op school gewoon in het lesprogramma is opgenomen? Ten eerste worden buitenlandse films op de Duitse tv nagesynchroniseerd. In Nederland en in bijna alle kleinere taalgebieden werken we met ondertiteling. Veel Duitsers vinden dit een verminking van het filmbeeld. In Duitsland (en ook in andere grote landen zoals Frankrijk, Spanje, Rusland) worden de gesproken teksten van de acteurs nagesynchroniseerd. Wij Nederlanders vinden dat weer verschrikkelijk en maken daar grapjes over, meestal verbonden met John Wayne: “Hé Boy hol mir mal den Whisky”. Het is maar wat je gewend bent. Belangrijk hier is dat de meeste Duitse filmkijkers geen andere taal horen dan hun eigen. Daar hebben de Nederlanders een voorsprong.

Daarnaast komt er nog een cultuurverschil om de hoek kijken. Nederlanders vinden het leuk om de woorden en zinnen die ze in een andere taal kennen te bezigen. Ken je 30 woorden en 10 zinnen in het Duits dan kun je je al aardig redden, of zoals Herman Finkers zei: ”Ik spreek überhaupt maar 1 woord Duits”. Bovendien wordt het in Nederland als beleefd aangezien om een buitenlander zo veel mogelijk in zijn eigen taal te woord te staan: dit getuigt van een dienstverlenende instelling. Een Duitse toerist die bij de Nederlandse bakker komt en een brood bestelt in zijn beste Nederlands, krijgt hoogstwaarschijnlijk van de Nederlandse bakker een (steenkolen)Duits antwoord. De bakker vindt dit beleefd en klantvriendelijk, maar de Duitse toerist denkt dat zijn Nederlands ontoereikend was.

In het zakenleven speelt nog een extra aspect en dat is de Duitse hang naar zekerheid en perfectionisme. Als je iets doet, dan moet je het ook goed doen. Of ‘Nur das Beste ist gut genug’, zoals het motto luidt bij veel Duitsers. Een Duitse Geschäftsführer die zijn bedrijf perfect wil vertegenwoordigen, spreekt liever alleen Duits als hij een buitenlandse taal niet tot in de puntjes beheerst. Zelf heb ik dit aan den lijve ondervonden toen ik nog bij het Centrum voor Duitsland-Studies werkte. Dit Centrum had een nauwe band met het Zentrum für Niederlande-Studien. Hun Duitse studenten kwamen een jaar bij ons studeren en die van ons gingen een jaar daar naartoe. De eerste maanden waren de Duitse studenten relatief stil en spraken ze weinig Nederlands. Na een aantal maanden oefenen in het lab en onder elkaar spraken ze zodanig perfect Nederlands, dat Prins Bernhard er nog een puntje aan had kunnen zuigen.

Bovendien weegt een Duitser altijd nauwkeurig de voors en tegens tegen elkaar af. Voorbeeld: Een Duitser sluit een contract af met een Nederlandse toeleverancier. De Nederlander levert een belangrijke module voor zijn machines. De Duitser vraagt zich dan bijvoorbeeld af: “Spreken de monteurs van de Nederlandse toeleverancier wel Duits? Zo niet, hoe moet dat dan wanneer er iets mis gaat, want mijn mensen spreken niet zo goed Engels.” Spreek je als Nederlandse zakenman of –vrouw dus behoorlijk Duits, dan voelt de Duitse zakenman/-vrouw zich zekerder en meer op zijn gemak. Hierdoor is de kans groter dat je de opdracht mee naar huis neemt. Investeren in je kennis en kunde van het zakelijk Duits loont en zorgt voor meer opdrachten en een soepelere samenwerking met je Duitse zakenpartner.

Artikel 5:
De Duitse hang naar zekerheid

“Vertrauen ist der Anfang von Allem”, zo luidde vele jaren terug de reclamespreuk van de Deutsche Bank. Hoewel het een motto is van een bedrijf, heb ik het altijd gezien als het 11de gebod voor Duitsland. Het leggen van contacten en het samenwerken in Duitsland is moeizamer dan de meeste Nederlanders gewend zijn.

In Duitsland duurt het gewoonlijk langer dan in Nederland voordat er een samenwerkingsovereenkomst tot stand komt. Maar ben je eenmaal binnen, dan blijf je ook langer. Duitse zakenpartners willen veel meer van je weten voordat ze met je in zee gaan. Belastbare referenties, certificaten (liefst Duitse), uitwerken van scenario’s (what if..), garanties en Lieferantentreue helpen je daarbij verder. En ga er maar vanuit dat je toekomstige Duitse zakenpartner jouw referentie natrekt, dus daarom moet deze belastbaar zijn.

Zekerheid

Belangrijk is dat je in je beste Duits duidelijk maakt dat je “Sicherheit” ook heel belangrijk vindt, dat je bepaalde zaken “absichert” en dat je graag “auf Nummer sicher geht”. De hele Duitse samenleving is doorspekt met deze begrippen. Je koopt niet zomaar een tegoed voor iets (bijv. je mobiel), nee, “Sie sichern ein Guthaben ab”. Een mooi voorbeeld is de Duitse Bundeswehr die er op 2 niveaus mee speelt (zie bijgaande foto boven uit de U-Bahn in Berlijn):

Je verzekert je van een goede toekomst met carrièreperspectief én je werkt mee aan de veiligheid van Duitsland. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. In Duitsland wordt graag de nadruk gelegd op de baanzekerheid. Dit bewijst ook bijgaande reclamefoto uit de S-Bahn in Berlijn. In Nederland moet een baan vooral spannend zijn en een goed salaris opleveren.

Historisch perspectief


Natuurlijk hebben wij in Nederland ook zekerheid en veiligheid nodig. Maar in Duitsland tilt men daar nog zwaarder aan en dat heeft alles met de geschiedenis te maken. De vele verschillende staatsvormen die Duitsland heeft gehad, de verschillende territoria (Oost/West-Pruissen, Pommern, Schlesien), 2 wereldoorlogen, hyperinflatie, zware economische crises met het nazisme tot gevolg: dat alles heeft de Duitse mens zwaar beïnvloed en voorzichtiger gemaakt dan andere Europeanen.

Tijd

Dus wil je een goede zakelijke relatie met Duitsers aanknopen, dan moet je meer tijd inplannen dan je in Nederland gewend bent. Zo moet je bij je eerste afspraak absoluut op tijd zijn, want zo wordt mede je betrouwbaarheid getest. Maar wat verstaan Duitsers onder ‘op tijd’? Houd hierbij de volgende Duitse spreuk in gedachten: “Fünf Minuten vor der Zeit ist die beste Pünktlichkeit”.

Artikel 6:
Status nog steeds belangrijk in Duitsland

Een gangbare grap in Duitsland is dat iedereen die het gemaakt heeft, 3 foto’s in zijn portefeuille heeft. Hiermee kunnen ze bewijzen dat hij of zij succesvol is: „Mein Haus, mein Auto, mein Boot“. Hoewel iedere Duitser dit wel kent en ik al veel Duitsers heb gesproken, heb ik het nooit meegemaakt. Is het maar een grap? Volgens mij zit er wel een kern van waarheid in. Ik denk dat het historisch gegroeid is en je moet teruggaan naar de 17e eeuw om er een verklaring voor te vinden.

350 jaar geleden bestond Duitsland als nationale staat nog niet en waren er op het “Duitse” grondgebied meer dan 350 zelfstandige Duitse staatjes met ieder zijn eigen vorst aan het hoofd. Elk staatje was vooral bezig met zichzelf en het afzetten tegen de buren, representativiteit was het kernwoord. Braunschweig wilde anders, beter en mooier zijn dan Hannover, Baden was vooral bezig zich af te zetten tegen Württemberg en zo was elk Duits staatje aan het bewijzen dat ze een mooiere residentie had, een ander Duits dialect, een beter orkest, een beter geloof, een mooier uniform en ga zo maar door. Iedere vorst wilde in de spotlight staan en het liefst ten koste van de buren. Stel je voor meer dan 350 zonnekoninkjes op het toenmalige Duitse grondgebied. Ga maar na hoe je als Nederlander begint te spartelen als men in Amerika, Rusland of China denkt dat je een Duitser bent.

Chefsessel

Dit afzetten tegen de buren heeft zijn invloed gehad op het wel en wee in Duitsland anno nu. Kijk maar eens hoeveel belang men in Duitsland hecht aan de grootte van het kantoor, hoeveel vierkante meter, hoeveel ramen, heb je een plastic bordje met je naam erop of is het van messing. Hoe ziet je bureaustoel eruit? Hoe hoger de rugleuning hoe beter, heb je armleggers, is het een leren stoel? Iedere Duitser wil graag zo’n stoel die dan ook “Chefsessel” genoemd wordt. Tegenwoordig kun je een dergelijke stoel zelfs bij Aldi kopen voor € 89,95. Dan ben je thuis tenminste de chef. En ga er maar vanuit dat de verkoopcijfers een stuk minder zouden zijn wanneer een dergelijke stoel gewoon “Bürostuhl” of iets dergelijks zou heten.

Nicht zu fassen

Dat over een dergelijke stoel veel commotie kan ontstaan, blijkt uit een verhaal dat bij een grote verzekeringsmaatschappij in Köln een nieuwe ICT-medewerker wordt aangesteld. De man in kwestie is 2 meter 1 en corpulent. Hij kan op een normale bureaustoel niet goed zitten en gaat na een paar dagen naar de bedrijfsarts. Deze constateert dat het zo niet verder kan en zoekt samen met de nieuwe medewerker naar een alternatief. De enige stoel die aan alle criteria voldoet is een zogenaamde “Chefsessel” die alleen voor directieleden wordt uitgegeven. Hij krijgt deze stoel. Dat hij hierop zit, gaat als een lopend vuurtje door het verzekeringskantoor. Er worden in de pauze bijna excursies georganiseerd omdat iedereen met eigen ogen wil zien dat die nieuwe op zo’n stoel mag zitten: “Nicht zu fassen, wie ist das nur möglich!”

Trippelrohr

Een ander verhaal betreft een metaalbedrijf in het Sauerland met ongeveer 300 medewerkers. Ze hebben een directeur, een inkoopdirecteur en een verkoopdirecteur. Alle 3 de heren rijden in een Audi A6 met “Doppelrohr” (dubbele uitlaat). Heel vervelend want je kunt niet zien welke auto nu van dé directeur is. Een aantal personeelsleden neemt het besluit dat dat zo niet verder kan en omdat ze goed kunnen lassen en solderen maken ze er bij de Geschäftsführer in de middagpauze een derde pijpje aan vast. Hij heeft nu een “Trippelrohr”. Iedereen inclusief de chef zelf moet er hard om lachen, maar het is toch weer “Heile Welt”.

Doe maar gewoon

Als je daartegenover het gangbare in calvinistisch Nederland zet dan heb je met de spreuk “Doe normaal, dan doe je al gek genoeg” de koe bij de hoorns gevat. Wil je laten zien dat je succesvol bent, dan word je al snel voor arrogant versleten. Een mooi voorbeeld van normaal blijven, vind ik zelf de uitspraak van minister Jeroen Dijsselbloem die zegt: “Ik probeer elke dag mijn kippen zelf te voeren en loop door de moestuin, dan blijf je tenminste normaal en met 2 benen op de grond”. Ook minister-president Mark Rutte die op de fiets naar een heftige internationale conferentie gaat, past in dit plaatje.

Zo zie je maar dat hoewel onze beide landen buurlanden zijn er op dit gebied toch hele grote verschillen bestaan.